Autorijden is belachelijk

Ja, inderdaad. En nee, niet altijd. En eigenlijk bedoel ik dan vooral het gedrag.
Het huidige autogebruik is even absurd als roken en neigt naar Middeleeuwse gebruiken als vierendelen. Allemaal perfect verantwoordbaar in zijn tijd maar vandaag niet meer.

Wat moet ik anders concluderen na een woon-werk ritje met de fiets waarbij ik over een traject van 4km enkel en alleen voorbij een aaneengesloten file van aanschuivende wagens rij? Een traject nota bene dat zich voor 95% doorheen het stadscentrum begeeft. Complete chaos en congestie. En en passant nog L’en erbij en haatgedrag naar fietsers. Overal claxons. Want de schuld ligt bij de ander!
Uiteraard heeft niet iedereen het geluk om dichtbij huis te werken. Uiteraard wil niemand het comfort van de auto opgeven voor de rijwind, een spatje regen en de nodige portie dagelijkse beweging. Nee, dichtbij huis werken is economisch minder interessant. Dat scheelt me een bedrijfswagen. En bovendien,  die worden te zwaar belast. Dat hoorde ik deze week nog van iemand die ons land wil besturen! Echt waar.

En nee, diesel is niet te duur. Te goedkoop! Maar ja, wat dan met al het vrachtverkeer? Tja, daar kunnen we niet zonder, zolang we onze garnalen laten pellen in Marokko. Vind nog maar eens fatsoenlijke bakker, een warme weliswaar. Maar nee, vrachtverkeer en diesel. Economie. Tja, het levert ons dan ook veel op: werkloosheid onder andere.

Auteur van dit stukje heeft zelf twee auto’s. Heerlijk. Rijdt dagelijks met de fiets naar werk en terug.
Zelden gebruik ik nog de auto. Maar als ik hem gebruik, geniet ik volle bak.

Zou dat niet geweldig zijn, als we het autorijden allemaal terug fijn kunnen vinden? Net zoals roken en vierendelen.

Maar begrijp me vooral verkeerd. Doe gewoon verder en leg vooral de schuld bij de anderen.
Daar bestaan zelfs partijen voor waar je kan op stemmen!

Woestijnstof

Eigenlijk is dat best wel boeiend zo een nieuwe zender. Vier.
Niet de programma’s maar gewoon als stof om over na te denken.

Ik ga even terug in de tijd: 1 februari 1989 meer bepaald. Nagenoeg alle grote namen die het Vlaamse televisielandje sierden, verhuisden massaal richting 2 (of was het 3?) oftewel VTM. En dat voor een nieuw project en vooral voor het geld. Niks mis mee, ware het niet dat moraalridders en cultuurbarnonnen om de hoek loerden met awoertgeroep. Schande! Lage cultuur! – dichtbij de aarde? –  Goedkoop vertier voor het plebs.  TV kijkend Vlaanderen splitste: zij die zich openlijk met VTM identificeerden en zij die dat niet wensten of durfden.

Er was sprake van een duidelijke marktdiversificatie. Ieder kreeg zijn markt. Soms de een wat meer dan de ander. En uiteindelijk nam de een de markt van de ander over door in te spelen op de succesfactoren van de ander. (Je vult zelf maar in wie de ‘een’ en de ‘ander’ was maar  je start best bij VTM. Als stichter en vernieuwer. Soms toch.)

Er was spanning. De een daagde de ander uit.

17 september 2012. Vier. Ongeveer 23 jaar later en de geschiedenis herhaalt zich. Commercieel succes en geld roepen. Nagenoeg alle grote namen die het Vlaamse Radio en vooral Televisielandje lijken te sieren, wagen de overtocht als woestijnvissen richting het geld. Wederom niks mis mee. Maar geen moraalridders dit keer. Nee, want dit keer nemen ze de ‘kwaliteitsprogramma’s‘ met zich mee, behouden ze wat goed was en vinden ze een paar concepten uit die lijken op wat ze niet mochten meenemen. Zowaar merk je hier en daar wat  applaus en enthousiasme. Is dit dan geen goedkoop vertier? Of is Vier de zender voor de nieuwe conservatieven?  Want eigenlijk is het gewoon meer van hetzelfde. En laat ons wel wezen: het opleuken van reclameblokken met App’s en dergelijke heeft meer van een schaamlapje dan van innovatie.  En wat onderscheidt een Eén van een Vier -kijker? (drie hersencellen?)

Waarschijnlijk is het nog veel te vroeg maar ik zou zeggen: “Komaan VTM, dit is je (nieuwe) kans!”

 

 

 

 

 

 

 

 

Ringeloren

23°, zon en een zacht briesje: het ideale najaarskoersweer.
Rundum Dem Brustemer Turm: een koers voor mannen met beenhaar die bier lusten.
De traditie wil dat deze wedstrijd – dat is het echt – gereden wordt in rotweer met regen en windvlagen. Vandaag dus niet.

Ik mag dan wel klinken als een routinier, ik ben het echt niet. Slechts twee edities zaten tot op vandaag in mijn archief, wat overeenkomt met mijn driejarig bestaan als wielertoerist.
Mijn eerste deelname was naïef. Na drie maanden op de koersfiets en met duizenden kilometers woon-werkverkeer op den Dr. Dew , ging ik deze koers winnen. Best mogelijk, maar in koers is het niet slim om vanaf de tweede ronde alleen weg te rijden. Uiteindelijk wel nog achtste.
Mijn tweede deelname was er eentje om snel te vergeten. Met de lessen van het voorgaande jaar in gedachten, reed ik met de snelle mannen mee. Het voelde goed. Een lekke band besliste dat het niet mocht zijn. Race over.
Vandaag fris en monter aan de start, klaar voor mijn derde deelname. De start was furieus. De grote hoop (+-25 renners) klampte aan. De sterke mannen schudden nog wat aan de boom en het kaf werd gescheiden van het koren: 7 man los waaronder ik. Paar keer kop sleuren, ondertussen wat punten meepikken voor het sprint- en bergklassement. De groep bleef wel samen. Links en rechts kijken, hier en daar een rood aangelopen kop en een tong uit het bakkes.
‘Mij meenemen naar de streep, is vragen om problemen’: dacht ik zelfverzekerd bij mezelf. Bij een tussensprint voor de finish naar de ‘top van den Tom‘ sprong ik immers met een vrij groot verzet als eerste over de streep. En zo geschiedde.  Het is te zeggen, we reden de laatste ronde in met zen zevenen en we stevenden ook met zen zevenen naar de finish. Het tempo ging samen met de hartslag omhoog, de buikspieren knepen. “Niet te vroeg gaan”, dacht ik nog, met een kattensprong lukt het wel. En daar gaat hij dan, de look-alike van Thomas De Gendt, met een verschroeiende versnelling van aan de voet. Hij en Kevindish van Boekhout (postuur Boonen) vlammen. Ik zit ingesloten. Met veel macht raap ik nog drie man op, mijn dijbenen staan op ontploffen. Maar de Gendt en Kevindish strijden om het goud. En een Marmotton blijft me voor. Vierde dus.

Tweede in het sprintklassement, derde in het bergklassement en vierde algemeen.
Ontevreden kan ik niet zijn. Het was een geweldige dag en de sfeer zat goed. Blakende vitale dertigers die elkaar voldaan de handen schudden in an indian summer sun.
Deze momenten moet je koesteren.

Fietsen is ontmoeten.

Brooklyn Chewing Gum

Hasselt – Oudenaarde – Hasselt.
‘s Ochtends over Brussel en ‘s avonds over Antwerpen.
En dat in gezelschap van een nakende zestiger en drie verschillende vrouwen.
Twee van het gezelschap had ik ooit één keer gesproken, eentje vanop afstand eens gezien en de zestiger had ik voordien alleen nog maar telefonisch gehoord.
Allemaal samen in dezelfde auto – niet de mijne – met mij aan het stuur, de zestiger in de passagierszit en de vrouwen netjes achteraan op een rij.

Heen en terug. Totaal ongeveer 8 uur inclusief het bezoek.

Conclusie: een mens doet er goed aan om regelmatig te ontmoeten.
Ontmoeten in de zin van: ‘Hallo, mijn naam is Johan’
en ont-moeten in de zin van: ‘Ik hoef me niet verplicht te voelen.’

Het helpt de bewustwording.
De omgeving en medemens zijn bepalende factoren.
Sterker dan ons allemaal.

Bullshit 2.0

Wat in 2009 begon, is er nog steeds: JEESIDE. Vandaag in een nieuw jasje, simpel en zonder franjes.

Het opzet blijft ongewijzigd: berichten over datgene wat me passioneert of confronteert. Mijn plaats op het Internet, gewoon mijn zin doen.
Niet omdat ik nood heb aan een forum maar vooral om een logboek te hebben waarin de levensnoodzakelijke futiliteiten van het leven worden geregistreerd: meningen, hobby’s en interpretaties.

Of je meer zal te weten komen over wie ik ben, is niet zeker. Wat het de komende tijd hier zal brengen nog minder.
Maar dagelijkse routine, dat moet het worden. Kort, lang, intelligent of hormonaal. Allemaal goed.